www.zeevruchtengids.org/nl/het-europees-visserijbeleid
  • Nederlands
  • English
  • Français

Laatst bijgewerkt: december 2018

 

 

 

In 1982 zag het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) het daglicht en sindsdien wordt deze elke tien jaar herzien. In 2002 was de doelstelling van het toenmalige nieuwe GVB om “(…) een duurzame ontwikkeling van de visserij te verkrijgen, zowel vanuit een ecologisch, als een economisch en sociaal oogpunt”. In 2016 bleek nog steeds driekwart van de Europese visbestanden overbevist of ten volle bevist te zijn. Maar er blijken wel grote regionale verschillen: 96% van de bestanden in de Middellandse Zee en 87% in de Zwarte Zee, tegenover 33% van de bestanden in de Atlantische Oceaan en 12% in de Baltische Zee.

 

Wat zal de impact zijn van Brexit voor Europese vissers?
Nu het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie wenst te verlaten, moet opnieuw onderhandeld worden over de toegang van Europese vissersschepen tot de Britse wateren. Franse en Belgische vissers die historisch zeer actief zijn in de Britse wateren, zijn hier erg bezorgd over.

 

 

Het groenboek: een falend beleid toegegeven

In april 2009 publiceerde de Europese Commissie haar ‘groenboek’ waarin de mislukkingen van het GVB 2002 werden geanalyseerd en lanceerde ze tegelijkertijd een brede openbare raadpleging met het oog op een hervorming in 2011. Het groenboek beschrijft een situatie “(...) van overexploitatie van de stocks, overcapaciteit van de vissersvloten, zware subsidies, lage economische veerkracht en verlaagde hoeveelheid vis gevangen door de Europese vissers. Het GVB werkt – zoals het momenteel is opgesteld – niet goed genoeg om deze problemen te voorkomen (...). Er zijn te veel vaartuigen voor te weinig vis en een groot aandeel van segmenten van de Europese vloot zijn niet langer economisch levensvatbaar.”

 

Een nieuw visserijbeleid vanaf 1 januari 2014

Het nieuwe visserijbeleid dat eind 2013 werd aangenomen door de Europese Raad en het Europees Parlement, trad in werking op 1 januari 2014. Het streeft ernaar de visbestanden op zo een niveau terug te brengen zodat een Maximale Duurzame Opbrengst (MSY) mogelijk is, een einde te maken aan verspillende visserijtechnieken en nieuwe kansen te creëren voor groei en werkgelegenheid in de kustgebieden.

 

De Europese Commissie stelde voor om het gemeenschappelijke beleid grondig te hervormen rond de volgende vijf pijlers:

• De teruggooi verbieden.
• De Totale Toegestane Vangsten (TTV, of in het Engels TAC) zo instellen dat een Maximale Duurzame Opbrengst (MDO, of in het Engels MSY) verkregen wordt, wat overeenkomt met de maximale hoeveelheid vis die men kan oogsten zonder het duurzaam voortbestaan van de visstock in gevaar te brengen.
• Het invoeren van Individueel Overdraagbare Quota (of in het Engels Individual Transferable Quota - ITQ); t.t.z. quota die kunnen overgedragen worden aan andere visserijbedrijven (geruild, verkocht of verhuurd).
• Het decentraliseren van het beleidsniveau waarop het gemeenschappelijk visserijbeleid wordt toegepast.
• De hervorming van het financieringsinstrument, het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) die de uitvoering van het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid moet ondersteunen.
Maar de economische, politieke, sociale en ecologische uitdagingen waren enorm en het debat over de voorgestelde hervorming in 2011 liep hoog op.

 

 

 


Weetje

Beschermingsmaatregelen

Om de duurzaamheid van de visserijactiviteiten binnen de wateren van de Europese Unie te verbeteren en een specifieke visstock of groep van visstocks te beschermen, heeft de Europese Unie verschillende beschermingsmaatregelen genomen. Het gaat meer bepaald over:

• het instellen van een Totale Toegestane Vangst (TAC), die een limiet zet op de maximale hoeveelheid vis die kan gevangen  worden uit een specifiek bestand binnen een bepaalde periode;
• het opleggen van technische maatregelen, zoals de maaswijdte van netten, de selectiviteit van vistuigen, het sluiten van viszones, het instellen van een minimale nstandhoudingsreferentiegrootte en een beperking op de bijvangst;
• het inperken van de visserijinspanning door het beperken van het aantal dagen dat vaartuigen actief mogen vissen op zee;
• het vastleggen van het aantal en type vissersvaartuigen dat mag opereren;
• een verbod op de teruggooi vanaf 2025

 


 

 

Belangrijkste beslissingen

• Het afschaffen van teruggooi

De praktijk van het teruggooien houdt in dat vissers een deel van hun vangst (levend of dood) terug in zee gooien, deels omdat de vis te klein is, omdat ze er geen quota (meer) voor hebben of omdat er geen interesse voor is op de markt. Het nieuwe visserijbeleid legt sinds januari 2015 een aanlandplicht op, om deze verspilling tegen te gaan.

 

Omdat vissers zich zouden kunnen aanpassen, wordt tussen 2015 en 2019 een geleidelijke invoering voorzien voor alle commerciële soorten onderhevig aan vangstbeperkingen of aan een commerciële minimummaat.

 

In het kader van het nieuwe Europese Gemeenschappelijke Visserijbeleid wordt de teruggooi van (dode) ondermaatse vis geleidelijk niet meer toegestaan voor commerciële soorten die onder quota staan en voor soorten waarvoor tot nog toe minimumaanlandingsmaten golden. Veel te klein om te worden gecommercialiseerd, wordt deze vis getransformeerd tot nevenproducten: vismeel en -olie als voer voor viskweek en veeteelt, meststof, etc.

 

 

De aanlandplicht wordt ingevoerd per type visserij. De uitvoeringsmodaliteiten worden ingesloten in de meerjarenplannen of, in het geval deze ontbreken, in specifieke teruggooiplannen. Er kan een afwijking van 5 tot 7% worden toegestaan voor soorten die onderhevig zijn aan quota en minimummaten, en ook uitzonderingen kunnen worden verleend voor soorten waarvoor men kan aantonen dat ze een hoge overlevingskans hebben bij teruggooi.

 

Het voorstel over de aanlandplicht heeft geleid tot hevige reacties. Overheden en professionals wijzen op de verschillende technische moeilijkheden en kosten die erbij komen kijken. Het zijn de lidstaten zelf die erop moeten toezien dat hun vloot het teruggooiverbod respecteert en bij het niet opvolgen sancties oplegt.

 

Deze maatregel was bedoeld om de visserijsector aan te sporen om de selectiviteit van hun vistuig te verbeteren. Maar ondertussen is er een groot debat ontstaan of de aanlandplicht wel effectief een verbetering van de stocks zal teweegbrengen. Want als er niet wordt overgeschakeld op andere vistechnieken, leidt de aanlandplicht tot het aanlanden van dode vis, in de plaats van de gebruikelijke teruggooi waar er nog eventuele kans was op overleving.


• Nieuwe methode om TAC en quota in te stellen

De goedgekeurde tekst legt de doelstelling op om tegen 2020 ten laatste een Maximale Duurzame Opbrengst (MSY) te hebben bereikt voor alle visstocks, en dit niveau daarna aan te houden. In 2017 werden 53 stocks – van de 76 wetenschappelijk opgevolgde visbestanden (die samen 90% van de vangsten vertegenwoordigen) – op een duurzaam niveau bevist. De toestand van de andere 125 visbestanden in de Europese wateren is onbekend voor de wetenschap. Zij vertegenwoordigen de resterende 10% van de Europese vangsten.

 

• Verdeling van overdraagbare visrechten

Uit angst dat het systeem – met in geld uitgedrukte, overdraagbare individuele rechten – zal leiden tot een concentratie en industrialisatie van de visserij met risico op speculatie en buitensporige concentratie van quota, werd het volgende beslist: “het is aan elke lidstaat om een beleid te definiëren rond de doelstellingen en modaliteiten van de individuele visrechten”.

 

• Regionalisering
Het GVB gaat een aantal instrumenten en maatregelen regionaliseren, zoals meerjarenplannen, teruggooiplannen, het vastleggen van gebieden die het herstel van de visbestanden bevorderen en maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan verplichtingen rond de EU-milieuwetgeving. Deze decentralisatie werd gevraagd door een grote meerderheid van de vissers en is ondersteund geworden door een groot aantal NGO’s.

 

• Een nieuw visserijfonds

Het nieuwe visserijbeleid steunt op een financieringsinstrument om het tot uitvoering te brengen, nl. het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). Dit fonds was het onderwerp van een politiek akkoord, dat werd gesloten tussen het Europees Parlement en de Raad voor de periode 2014-2020. De financiële enveloppe wordt verdeeld tussen die lidstaten die in de loop van 2015 een operationeel plan voorleggen. De EFMZV beoogt bij te dragen aan het herstel van de mariene stocks, het verminderen van de gevolgen van de visserij op het mariene milieu en geleidelijk aan de schadelijke praktijken van teruggooi te elimineren. Het fonds wil de visserij en jonge vissers ondersteunen en tevens de innovatie bevorderen, kustgemeenschappen helpen om hun economie te diversifiëren, om banenscheppende projecten te financieren en de levenskwaliteit langs de Europese kusten te verbeteren. Ten slotte wil het EFMZV binnen het kader van de ‘blauwe groei’ de ontwikkeling van de Europese aquacultuur ondersteunen.

 

Voor meer informatie: http://ec.europa.eu/fisheries/cfp/index_nl.htm