www.zeevruchtengids.org/nl/thierry-evain

Laatst bijgewerkt: december 2018

 

 

 

Thierry Evain

Reder in Croisic, Frankrijk

 

 

Thierry Evain vist al meer dan 30 jaar vanuit Le Croisic in Bretagne. Nadat hij de maritieme middelbare school in Etel afrondde, werd hij op 16-jarige leeftijd matroos en later eerste stuurman. Hij kocht in 1998 zijn eerste vaartuig, de ‘Petit Quentin’. In 2006 laat hij een nieuw vaartuig bouwen, de ‘Quentin Grégoire’. Thierry werkt al enkele jaren samen met AGLIA (Association du Grand Littoral Atlantique) om de selectiviteit van zijn vistuigen te verbeteren.

 

“Langoestine (Noorse kreeft) wordt door ons gevangen in de Grande Vasière, een slibrijke zone op de Bretoense continentale helling, op een diepte tussen 70 en 120 meter. Begin 2000 zijn we gestart met een programma om de selectiviteit van onze sleepnetten te verbeteren. We visten immers teveel (jonge) heek op, een soort die uit wetenschappelijke evaluaties in sterk verzwakt toestand bleek te zijn. Samen met het wetenschappelijk instituut Ifremer ontwikkelden we een net waar ondermaatse heek kon uit ontsnappen.” Zo is het paneel met vierkante mazen van 100 mm in het ruggedeelte van het sleepnet ontstaan, en in 2004 hebben de vissers zelf besloten om het te verplichten. “Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar oplossingen voor de ondermaatse langoustines in de vangst. Meerdere types vistuigen zijn ontwikkeld, naargelang het motorvermogen en snelheid waarmee gevist wordt.”

 

"In 2008 sloeg de oliecrisis toe. Toen werd het lichter maken van de visuitrusting een prioriteit, zodoende het dieselverbruik van de schepen te verminderen. Zo werden in de mond van het sleepnet grote mazen ingebreid, waardoor het water beter gefilterd wordt en tegelijkertijd de selectiviteit verhoogde. In 2013 verplichte het nieuwe Europees gemeenschappelijke visserijbeleid om alle bijvangsten aan te landen. Het doel van deze regel is in eerste instantie om bijvangsten te voorkomen van soorten waarvoor quota of minimummaten gelden. Toevallige bijvangsten mogen niet meer teruggegooid worden, maar aangeland mogen ze ook niet gecommercialiseerd worden. Om verspilling te voorkomen, moet deze vis getransformeerd worden tot vismeel voor diervoeders. “Om grote opslagproblemen aan boord te voorkomen, is het dus noodzakelijk om de selectiviteit van ons vistuig te verbeteren en minder bijvangsten te vissen.”

 

In het kader van het REDRESSE-project (reductie van teruggooi en verbeteren van selectiviteit) werden tussen 2014 en 2016 heel wat nieuwe vistuigen uitgetest op vaartuigen actief in de Golf van Biskaje. Het project leverde uiteindelijk een set op van 4-5 selectievere oplossingen.

 

“Ondertussen is de toestand van de stocks in onze regio aanzienlijk verbeterd. Daarvoor zijn twee oorzaken te noemen. Wij hebben de Franse vloot gereduceerd, vandaag zijn minder schepen actief op zee en is de visserijinspanning afgenomen. Vissers werken ook meer en meer samen met wetenschappers om de stocks te beschermen en het ecosysteem tijd te gunnen om zichzelf te reguleren. Vanaf nu ligt de uitdaging in het promoten van ons beroep, zodat jonge mensen het kunnen overnemen.”